We zitten verstopt in een duinpan, samen. Het is zo’n vijf over half één ’s nachts, en jij bent op grootse manier bezig om je ware aard te tonen.

         Wekenlang loop je al naast me, een brok kalmte in mijn chaotische alledaagse. Alles dat ik nodig heb, is één van je liefhebbende blikken of uitbundige lach-vol-met-tanden. Ze zeggen dat je het weet als het goed zit. Maar hoe zich dat in de praktijk uit, daar ben ik nog niet zeker van.

         Je strekt je uit tegen de rug van de duin en produceert kleine klauwen vol zand. Vanavond ben je opeens een stuk minder kalm. Honderduit klets je over je eerste hond, het gewicht van je middelbare schoolervaringen, de roadtrip met je ex, door Italië. Ergens tussen Siena en Perugia valt de eerste traan, direct gevolgd door een voorzichtige blik. Ja, moedig ik je aan, het is nog steeds zoals het was.

         Tegen tweeën ben ik er zeker van.

KENMERKEN

︎ Hoopvol ︎ Krachtig ︎ Kalm ︎ Eigenzinnig ︎ Innemend ︎


Imme Visser x DIG, 2020